Onderdelen bekijkenBouw van het lichaam, shock, elektrocutie en een slachtoffer verplaatsen (STCW A-VI/1-3)
Hoe je lichaam werkt: een wegwijzer voor eerstehulpverleners
1De les in gewone woorden
Eerste hulp wordt begrijpelijk als je weet wat botten, hart, longen, zenuwen en huid doen, en hoe snel het lichaam zonder zuurstof uitvalt.
Waarom dit belangrijk is
Elementaire eerste hulp houdt iemand in leven en voorkomt verslechtering totdat deskundiger hulp komt. Daarvoor heb je een eenvoudige kaart van het lichaam nodig: wat beschermt wat, hoe bereikt zuurstof de hersenen en wat werkt door letsel niet meer? Deze eenheid vult de lessen over eerste hulp, verwondingen en koud weer aan met de situatie aan boord. Praktische vaardigheden, zoals reanimeren op een oefenpop en brancards hijsen, oefen je tijdens je erkende opleiding.
Skelet en spieren
Het skelet geeft het lichaam steun en beschermt de organen. De schedel beschermt de hersenen. De wervelkolom, een reeks botten die wervels heten, beschermt het ruggenmerg. De ribbenkast beschermt hart en longen. Het bekken ondersteunt het onderlichaam. Botten komen samen in gewrichten. Die worden bijeengehouden door gewrichtsbanden, stevige weefselbanden. Spieren trekken aan botten via pezen, sterke weefselstrengen. Een gebroken dijbeen of bekken kan hevig inwendig bloeden zonder dat je iets ziet.
Hart en bloedsomloop
Het hart is een spierpomp achter het borstbeen. Bij een volwassene in rust klopt het ongeveer 60–100 keer per minuut. Slagaders voeren bloed van het hart weg; aders voeren het terug. Een slagader in een arm of been kan helderrood, spuitend bloeden. Een aderlijke bloeding is meestal donkerder en gelijkmatiger. Beide kunnen levensbedreigend zijn. Een volwassene heeft ongeveer 5 liter bloed. Snel bloedverlies kan shock veroorzaken.
Longen en ademhaling
Lucht gaat via neus en mond door de luchtpijp naar de longen. Daar gaat zuurstof het bloed in en koolstofdioxide eruit. Het middenrif, een spierplaat onder de longen, doet het meeste werk. Een volwassene ademt in rust ongeveer 12–20 keer per minuut. Krijgen de hersenen geen zuurstof, dan begint binnen enkele minuten schade te ontstaan.
Zenuwstelsel en huid
Het zenuwstelsel geeft signalen door en bestuurt het lichaam. De hersenen regelen bewustzijn, ademhaling en hartslag. Het ruggenmerg geeft via zenuwen signalen door tussen hersenen en lichaam. Ruggenmergletsel kan onder de verwonding gevoelsverlies of verlamming veroorzaken. De huid is het grootste orgaan. Ze houdt ziektekiemen buiten, beperkt vochtverlies en helpt de temperatuur te regelen. Brandwonden beschadigen die barrière. Daardoor verliest het slachtoffer vocht en warmte en kan een infectie ontstaan.
2Kerngegevens
- Hartslag volwassene in rust
- Ongeveer 60–100 slagen per minuut
- Ademhaling volwassene in rust
- Ongeveer 12–20 ademhalingen per minuut
- Bloedvolume volwassene
- Ongeveer 5 liter
- Geen zuurstof naar de hersenen
- Schade begint binnen enkele minuten
- STCW-grondslag
- Voorschrift VI/1; STCW-code, tabel A-VI/1-3, elementaire eerste hulp
3Kernpunten
- 1
Schedel: hersenen. Wervelkolom: ruggenmerg. Ribben: hart en longen. Bekken: steun voor het onderlichaam.
- 2
Slagaders voeren bloed van het hart weg; aders voeren het terug. Beide kunnen gevaarlijk bloeden.
- 3
Een volwassene heeft ongeveer 5 liter bloed. Snel verlies leidt tot shock.
- 4
Zonder zuurstof kunnen de hersenen binnen enkele minuten beschadigd raken.
- 5
De huid houdt ziektekiemen buiten, beperkt vochtverlies en helpt de temperatuur te regelen. Brandwonden beschadigen die bescherming.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Als je geen bloed ziet, kan de bloeding niet ernstig zijn.
Goed: Een gebroken dijbeen of bekken, of buikletsel, kan hevig inwendig bloeden.
Fout: Het hart zit links in de borstkas, dus daar geef je borstcompressies.
Goed: Het ligt in het midden, achter het borstbeen. Bij reanimatie geef je borstcompressies midden op de borstkas.
Fout: Een brandwond beschadigt alleen het huidoppervlak.
Goed: De huid regelt vocht, warmte en bescherming tegen infecties. Een grote brandwond beïnvloedt het hele lichaam.
5Praktijkgeval en examentips
Een bemanningslid valt ongeveer 3 m van een ladder op het stalen dek. Hij is bleek en zegt dat zijn heup erg pijn doet. Je ziet geen bloed. Een collega zegt dat het maar een kneuzing is en dat hij het wel losloopt.
Toon het antwoord
Laat hem niet lopen. Een val van die hoogte kan het bekken of dijbeen breken. Dat kan hevig inwendig bloeden zonder zichtbare tekenen. Ook rugletsel is mogelijk. Sla alarm en waarschuw de brug. Houd hem stil en warm, met isolatie tussen hem en het koude staal. Let op tekenen van shock. Wacht op de brancardploeg en de verantwoordelijke voor de medische zorg.
Examentips
- Het skelet beschermt organen: schedel, wervelkolom, ribbenkast, bekken.
- Het hart pompt bloed door slagaders en aders. Volwassene: ongeveer 60–100 slagen/min en ongeveer 5 L bloed.
- De longen wisselen zuurstof en koolstofdioxide uit. Volwassene: ongeveer 12–20 ademhalingen/min.
- Hersenen en ruggenmerg besturen het lichaam. De huid beschermt tegen infecties en vocht- en warmteverlies.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities
