Reisplanning voor zwaar weer en het plan aanpassen
1De les in gewone woorden
Bereid het schip voor voordat het zware weer aankomt. Leg je grenzen vast in het reisplan en noteer elke routewijziging met de redenen.
Leg de grenzen vast
Voordat je in een seizoen of gebied met zwaar weer gaat varen, leg je de scheepsgrenzen vast in het reisplan: significante golfhoogte, wind, slingerhoek en slamming die schip en lading aankunnen, en de maatregel bij elke grens. Baseer ze op de beladingstoestand, het door SOLAS vereiste handboek ladingzekering en beschikbare operationele richtlijnen in de stabiliteitsdocumenten. Plan alternatieve routes en beschutte plaatsen waar die beschikbaar zijn.
Bereid je vroeg voor
Voordat het weer aankomt: controleer waterdichte en weerdichte afsluitingen, luiken, ventilatieopeningen en deuren. Controleer de sjorringen van de lading opnieuw volgens het handboek ladingzekering. Zet voorraden en losse uitrusting vast. Beoordeel ballast en stabiliteit. Beperk gedeeltelijk gevulde tanks zover het goedgekeurde beladingsplan toestaat. Instrueer de bemanning, beperk toegang tot dek en span veiligheidslijnen. Zwaar slingeren kan sjorringen loswerken. Plan daarom veilige controles zodra de scheepsbewegingen dat toelaten.
Tropische cyclonen
Op managementniveau plan je ruim vrij van tropische cyclonen, in plaats van ze te trotseren. Gebruik officiële adviezen. Blijf buiten de verwachte straal waarbinnen de wind 34 knopen of meer is, met een marge voor verwachtingsfouten, en beslis vroeg. Halve cirkels, voortekenen en vermijdingstactieken vind je in Tropische cyclonen; de seizoenen in Oceaanreisplanning.
De kop op zee of voor de zee uit
Bij zeer zwaar weer kies je meestal tussen met verminderde vaart tegen de zee in varen en voor de zee uit lopen. Kopzee brengt slamming, water aan dek en bij lage snelheid risico op parametrisch slingeren. Achterinkomende zee brengt surfen, uit het roer lopen en opeenvolgende hoge golven. Toets beide aan MSC.1/Circ.1228 voor je snelheid en koers. Overweeg een koers met de zee schuin van voren of achteren die de zones van de circulaire vermijdt. Controleer ook slamming, rompspanningen, effecten van ondiep water en stroming, aanvaring en gronding.
Het plan aanpassen
Een routewijziging is een wijziging van het reisplan. Controleer het nieuwe traject op gevaren, verkeersstelsels, veiligheidsinstellingen van het elektronische kaartweergave- en informatiesysteem (ECDIS) en meldpunten. Bereken brandstof en aankomsttijd opnieuw. Instrueer de officieren en informeer de rederij, routeadviseur en scheepsagenten. Noteer tijdstip, reden, weer en gebruikte verwachtingen. Deze gegevens helpen je beslissingen te verklaren als er schade ontstaat.
2Stap voor stap
Voordat zwaar weer aankomt
- 1
Vergelijk de verwachting met de grenzen in het reisplan.
Zo weet je vroeg of je route, snelheid of timing moet aanpassen.
- 2
Sluit en controleer waterdichte en weerdichte openingen.
Via openingen kan water binnendringen en verdere ruimten doen vollopen.
- 3
Controleer de ladingzekering opnieuw volgens het handboek ladingzekering.
Zwaar slingeren kan sjorringen loswerken en lading meer laten bewegen.
- 4
Beperk vrije vloeistofoppervlakken waar mogelijk. Houd ballastwijzigingen binnen goedgekeurde grenzen voor stabiliteit, trim, diepgang en sterkte.
Bewegende vloeistof in gedeeltelijk gevulde tanks vermindert de aanvangsstabiliteit: het vrije-vloeistofeffect.
- 5
Instrueer de bemanning, beperk toegang tot dek en span veiligheidslijnen.
Beperkte toegang verkleint de kans op letsel of overboord slaan.
- 6
Noteer voorbereidingen, verwachtingen en beslissingen.
Bij schade toont de registratie aan dat het schip was voorbereid.
3Kernpunten
- 1
Leg weersgrenzen en de maatregel bij elke grens vast in het reisplan.
- 2
Bereid je voor het zware weer voor: openingen, sjorringen, stabiliteit, bemanning.
- 3
Plan ruim vrij van tropische cyclonen; beslis vroeg.
- 4
Toets opties met kopzee en achterinkomende zee aan MSC.1/Circ.1228. Beoordeel uitgesloten gevaren apart.
- 5
Elke routewijziging is een planwijziging: controleren, instrueren, informeren, vastleggen.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Controleer de sjorringen zodra het schip zwaar begint te slingeren.
Goed: Controleer ze vóór het zware weer. Controleer daarna alleen opnieuw als de scheepsbewegingen dat veilig toelaten.
Fout: Een routewijziging die je per e-mail met de routeadviseur afspreekt, vereist geen nieuw plan.
Goed: Elke routewijziging is een wijziging van het reisplan: controleer het nieuwe traject, instrueer het team en leg de wijziging vast.
5Praktijkgeval en examentips
Twee dagen na vertrek uit Rotterdam krijgt een feedercontainerschip bericht over een diepe depressie. Op zijn traject over de Golf van Biskaje wordt Hs 8 m verwacht. De grens in het reisplan is Hs 6 m. Door naar 10 knopen te minderen kan de depressie vóór het schip langs trekken en blijft Hs rond 5 m. Dat kost 18 uur.
Toon het antwoord
De verwachting overschrijdt de plangrens, dus pas het plan aan. Bereken de tijden voor de overtocht en routepunten opnieuw. Controleer of traject en meldpunten nog passen bij de nieuwe timing. Herbereken brandstof en aankomst en instrueer de officieren. Informeer de rederij en routeadviseur. Bereid het schip hoe dan ook voor: openingen, sjorringen, stabiliteit, bemanning. Noteer de verwachtingen en redenen.
Examentips
- Weersgrenzen en maatregelen horen in het reisplan.
- Voorbereiding: openingen, sjorringen (handboek ladingzekering), stabiliteit, bemanning.
- Routewijziging = wijziging van het reisplan, vastgelegd met redenen.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

