Kustwateren, drukke vaarwateren, slecht zicht, duisternis en ankerwacht
1De les in gewone woorden
Bepaal nabij de kust vaak je positie, met meerdere methoden en op de kaart met de grootste schaal. Mist, duisternis en ankeren brengen elk eigen taken mee.
Kaarten en positiebepaling
Een positiebepaling stelt je positie vast aan de hand van waarnemingen. Gebruik de beschikbare bijgewerkte kaart met de grootste schaal: de kaart met de meeste details. Bepaal je positie vaak, zo mogelijk met meerdere methoden: radarafstanden, visuele peilingen en satellietposities van een wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS). Gebruik bij ECDIS, het elektronisch kaartweergave- en informatiesysteem, kaarten met de juiste gebruikscategorie voor die navigatiefase. Controleer de positie met onafhankelijke middelen op passende intervallen. Identificeer elk merk voordat je het gebruikt. Gebruik in drukke vaarwateren voortdurend radar.
Hoe vaak bepaal je de positie?
Kies een interval dat tijd laat om een fout te ontdekken en vóór gevaar te handelen. Met 12 knopen vaar je 1 zeemijl in 5 minuten. Bij je laatste positiebepaling ligt de rand van een ondiepte evenwijdig aan je vaarlijn, op 1 mijl afstand. Een stroom van 2 knopen zet je erheen, dus je hebt zijdelings 30 minuten marge. Elke vijf minuten een positiebepaling beperkt de zijdelingse verplaatsing ertussen tot 0,17 mijl. Verkort het interval als de marge afneemt. Stroomrichting is de richting waarheen het water stroomt.
Beperkt zicht
Vaar je in beperkt zicht of verwacht je dat, voldoe dan eerst aan de COLREG: geef mistseinen, vaar een veilige vaart en houd de machines gereed om onmiddellijk te manoeuvreren. Voer ook de navigatielichten, schakel de radar in en gebruik die, roep de kapitein en plaats een uitkijk waar die zowel kan horen als zien. Houd iemand gereed om met de hand te sturen.
Duisternis
's Nachts regelen de kapitein en OOW de uitkijk met aandacht voor de beschikbare brugapparatuur en hulpmiddelen, hun beperkingen en de getroffen voorzorgsmaatregelen. Een kleine stuurhut met felle schermen bederft je nachtzicht: dim elk scherm, gebruik rood of zeer zwak licht bij de kaartentafel en onthoud dat de OOW alleen bij daglicht als enige uitkijk mag fungeren.
Ten anker
Is ten anker een brugwacht vereist, zet de positie dan direct in de kaart. Controleer vaak met peilingen van vaste merken of objecten aan de wal of het schip blijft liggen. Houd goede uitkijk en regel periodieke inspectieronden zonder de wacht onbemand te laten. Let op weer, getij en zee. Houd de machines gereed volgens orders; voer de vereiste lichten en dagmerken en geef de vereiste geluidsseinen. Krabt het anker of neemt het zicht af, roep de kapitein en handel. Voorkom verontreiniging en volg de geldende voorschriften.
2Kerngegevens
- Kaart
- Grootste schaal aan boord voor het gebied, volledig bijgewerkt
- Positiebepalingen
- Vaak, zo mogelijk met meerdere methoden
- ECDIS
- Juiste gebruikscategorie; controleer positie met onafhankelijke middelen
- Radar
- Bij beperkt zicht en altijd in drukke vaarwateren
- Interval voor positiebepaling
- Kort genoeg om een fout te ontdekken en vóór het gevaar te handelen
- 12 knopen
- Elke 5 minuten 1 mijl
3Kernpunten
- 1
Bijgewerkte kaart met de grootste schaal, vaak positiebepalen, meerdere methoden.
- 2
Kies het interval voor positiebepaling op basis van afstand tot gevaar, vaart en stroomrichting.
- 3
Mist: seinen, veilige vaart, machines gereed, lichten, radar, uitkijk, kapitein geroepen.
- 4
Ten anker: positie intekenen, vaak peilingen controleren, kapitein roepen als het anker krabt.
4Veelgemaakte fouten
Fout: GNSS op de ECDIS is nauwkeurig, dus andere positiebepalingen zijn nabij de kust tijdverspilling.
Goed: STCW vraagt waar mogelijk meerdere methoden voor positiebepaling en een onafhankelijke controle van de ECDIS-positie.
Fout: Elke 30 minuten positiebepalen is op een kustreis altijd genoeg.
Goed: Het interval hangt af van de afstand tot gevaar, vaart en stroomrichting. Nabij een ondiepte kan elke paar minuten een positiebepaling nodig zijn.
5Praktijkgeval en examentips
Je schip van 400 GT ligt ten anker op een open rede en de wind neemt toe. Om 0200 is de peiling van het licht op de golfbrekerkop sinds 0130 met 6° veranderd en de radarafstand tot de landpunt met 0,2 mijl toegenomen. De zwaaicirkel op de kaart verklaart dit niet.
Toon het antwoord
Ga uit van een krabbend anker. Roep direct de kapitein en vraag de machinekamer de machines gereed te maken. Laat de ankerploeg gereedstaan. Bevestig dit met een tweede positiebepaling via radar en GNSS. Houd scherp uitkijk naar schepen achter je en in de buurt. Wees klaar om de nodige seinen te geven. Noteer peilingen en tijden.
Examentips
- Kust: kaart met de grootste schaal, vaak positiebepalen, meerdere methoden, zekere identificatie van merken.
- Beperkt zicht: eerst COLREG, daarna lichten, radar, uitkijk en kapitein.
- Anker: positie intekenen, peilingen controleren, kapitein roepen bij krabben of afnemend zicht.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

