Mijn modules›M7 Knopen›15. Veilig werken aan dek: snap-backzones, werken op hoogte en buitenboord, besloten ruimten en werkvergunningen (matrozen)
Onderdelen bekijken

Veilig werken aan dek: snap-backzones, werken op hoogte en buitenboord, besloten ruimten en werkvergunningen (matrozen)

Knopen≈ 4 min lezen

Werken op hoogte en buitenboord

1De les in gewone woorden

In één zin

Beoordeel de risico's en gebruik elke vereiste werkvergunning. Op hoogte heb je valbeveiliging en een reddingsplan nodig. Buitenboord ook een reddingsvest, reddingsboei en wacht.

Wat eronder valt

Werken op hoogte is elk werk waarbij je kunt vallen: op masten, ladders en stellingen, bij open luiken of in tanks. Buitenboord werken is werken op een stelling (een hangend werkplatform) of stoeltje buiten de scheepshuid, of overal waar je in het water kunt vallen. Voor beide beoordeel je de risico's en gebruik je een werkvergunning als de scheepsprocedures dat eisen (les 4). Alleen bekwame mensen doen dit werk. Leerlingen staan onder toezicht.

Uitrusting

Draag overal waar je kunt vallen steeds een veiligheidsharnas met een veiligheidslijn of valstopapparaat, bevestigd aan een sterk bevestigingspunt. Draag buitenboord ook een werkreddingsvest, een reddingsvest dat geschikt is om tijdens het werk te dragen. Houd een reddingsboei met lijn gereed. Iemand aan dek houdt je voortdurend in het oog. De touwen van een buitenboordstelling moeten lang genoeg zijn om als extra veiligheidslijnen in het water te hangen. Controleer vóór gebruik het harnas, de vanglijn (een korte zekeringslijn of band), het stoeltje of de stelling en de hijslopers (hun hijstouwen).

Bootsmansstoeltje

Een bootsmansstoeltje is een hangende zitplaats voor één persoon. Bevestig het met een dubbele schootsteek aan de hijsloper. Zet het losse eind met dun bindselgaren vast aan het vaste part (het dragende touwdeel). Laat het stoeltje en de hijslopers volgens de goedgekeurde scheepsprocedure onderzoeken en beproeven op viermaal de beoogde belasting. Gebruik geschikte blokken (katrollen voor touw) met voldoende draagvermogen. Haal met de hand, nooit met een lier. Bevestig ankerpunten aan de scheepsconstructie, nooit aan losse relingen of scepters (staande relingsteunen).

Gereedschap en uitschakelen

Stuur gereedschap in een bak met een lijn omhoog of omlaag. Gebruik gereedschapslijnen en zet het gebied eronder af. Voor werk bij de scheepsfluit of radarantenne regelt de officier veiligstelling en waarschuwingsborden. Voorkom radio-uitzendingen bij werk nabij radioantennes. Bij de schoorsteen beperkt de werktuigkundige van de wacht stoom, schadelijke gassen en dampen zo veel mogelijk. Vermijd werk op hoogte in de buurt van laad- en loswerk.

Varend en weersomstandigheden

Werk niet buitenboord als het schip varende is, behalve in een noodgeval. Dan moet een hulpverleningsboot gereedstaan en houdt een verantwoordelijke nauwlettend toezicht. Houd rekening met scheepsbewegingen en het weer, ook langszij.

2Stap voor stap

Voordat je buitenboord gaat

  1. 1

    Bevestig dat het schip niet varende is, tenzij het noodwerk betreft. Controleer de briefing, het reddingsplan en elke vereiste vergunning.

    Iedereen moet de maatregelen en het reddingsplan kennen. Voor noodwerk buitenboord tijdens de vaart moet een hulpverleningsboot gereedstaan.

  2. 2

    Controleer het harnas, de vanglijn, de veiligheidslijn, de hijslopers en de stelling of het stoeltje.

    Beschadigd materiaal bezwijkt onder belasting.

  3. 3

    Trek het harnas en een werkreddingsvest aan. Bevestig je veiligheidslijn aan een onafhankelijk sterk bevestigingspunt.

    Als de stelling of het stoeltje bezwijkt, houdt de veiligheidslijn je nog vast.

  4. 4

    Leg een reddingsboei met lijn gereed en spreek af wie vanaf het dek de wacht houdt.

    Iemand moet een val zien en direct ingrijpen.

  5. 5

    Zeker gereedschap met gereedschapslijnen en laat het in een bak zakken.

    Vallend gereedschap kan iemand verwonden of je uit evenwicht brengen.

  6. 6

    Bevestig met de officier: fluit/radar veiliggesteld met waarschuwingsborden, radio-uitzendingen gestopt en schoorsteendampen waar nodig beperkt.

    Fluitsignalen, draaiende radarantennes, radio-uitzendingen en schoorsteenuitstoot kunnen je verwonden.

3Kerngegevens

Bootsmansstoeltje
Stoeltje en hijslopers: beproeven op 4 × beoogde belasting; dubbele schootsteek
Extra buitenboord
Werkreddingsvest, reddingsboei met lijn, wacht aan dek
Varende
Geen buitenboordwerk behalve bij nood; hulpverleningsboot gereed
Eerst veiligstellen
Fluit/radar veiligstellen; radio-uitzendingen stoppen; schoorsteendampen beperken

4Kernpunten

  1. 1

    Beoordeel de risico's, gebruik elke vereiste vergunning en zorg voor bekwame mensen en een reddingsplan bij werk op hoogte en buitenboord.

  2. 2

    Draag een harnas en veiligheidslijn waar je kunt vallen. Draag buitenboord ook een werkreddingsvest.

  3. 3

    Houd een reddingsboei met lijn en een wacht aan dek gereed. Geen buitenboordwerk tijdens de vaart, behalve bij nood.

  4. 4

    Zeker gereedschap met lijnen en houd het gebied eronder vrij. Stel fluit/radar veilig, stop radio-uitzendingen en beperk schoorsteendampen.

5Veelgemaakte fouten

  • Fout: Maak je veiligheidslijn vast aan de stelling waarop je werkt.

    Goed: Bevestig hem aan een onafhankelijk sterk bevestigingspunt. Zo houdt hij je vast als de stelling bezwijkt.

  • Fout: Gebruik de lier om een collega in het bootsmansstoeltje op te hijsen.

    Goed: Haal met de hand om het hijsen te beheersen. Stop direct als het stoeltje of de lijn vastloopt. Forceer nooit.

  • Fout: Neem de verfbus in één hand mee de ladder op.

    Goed: Houd beide handen vrij om te klimmen. Stuur gereedschap en verf in een bak met een lijn omhoog.

6Praktijkgeval en examentips

Situatie

Het schip ligt voor anker in een lichte deining. De stuurman wil de scheepsnaam op de boeg laten schilderen. Jij moet op een stelling naar beneden.

Toon het antwoord

Voor anker liggen maakt de deining niet veilig. Begin pas als de officier de risico's aanvaardt en het reddingsplan en elke vereiste vergunning bevestigt. Stel het werk uit als de stelling niet veilig kan blijven. Draag een harnas aan een onafhankelijke veiligheidslijn en een werkreddingsvest. Zorg voor een wacht aan dek en een reddingsboei met lijn. Zeker gereedschap en laat de stellingtouwen in het water hangen.

Examentips

  • Risicobeoordeling en reddingsplan bij werk op hoogte en buitenboord; een vergunning als de scheepsprocedures dat eisen.
  • Harnas en veiligheidslijn; buitenboord ook een werkreddingsvest, reddingsboei met lijn en wacht aan dek.
  • Bootsmansstoeltje: dubbele schootsteek; stoeltje en hijslopers beproefd op 4 × beoogde belasting; met de hand halen.
  • Geen buitenboordwerk tijdens de vaart behalve bij nood; fluit/radar veiligstellen, radio-uitzendingen stoppen en schoorsteendampen beperken.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities