Mijn modules›M11 Astronavigatie›4. De sextant en zijn correcties
Onderdelen bekijken

De sextant en zijn correcties

Astronavigatie≈ 3 min lezen

Van sextanthoogte naar ware hoogte

1De les in gewone woorden

In één zin

Na indexcorrectie en kimduiking wordt Hs de schijnbare hoogte Ha. Refractie, halve middellijn en parallax geven daarna de gecorrigeerde waargenomen hoogte Ho.

De reeks

Hs, de sextanthoogte, wordt Ha, de schijnbare hoogte, na indexcorrectie en kimduiking. Na refractie, halve middellijn en parallax krijg je Ho, de gecorrigeerde waargenomen hoogte, ook ware hoogte genoemd. Je meet die vanaf de ware horizon, het horizontale vlak door het aardmiddelpunt. De hoogtecorrectietabellen van de Nautical Almanac combineren die laatste drie voor zon, sterren en planeten, en afzonderlijk voor de maan.

Kimduiking

Je oog bevindt zich boven zee. De zichtbare kim ligt daardoor onder het ware horizontale vlak. Kimduiking = 1,76′ × √(ooghoogte in meters), altijd aftrekken. Bij 2,5 m is dat 2,8′; bij 9 m 5,3′. De almanak heeft een tabel voor kimduiking op basis van ooghoogte.

Refractie

De atmosfeer buigt licht af. Daardoor lijkt elk hemellichaam hoger te staan: refractie, of lichtbreking, wordt altijd afgetrokken. Onder standaardomstandigheden is die ongeveer 5,4′ bij 10°, 2,7′ bij 20°, 1,0′ bij 45° en nul bij 90°. Vermijd waarnemingen onder ongeveer 10°. Pas bij afwijkende temperatuur of luchtdruk de aanvullende correctie toe met het teken dat de almanak aangeeft.

Halve middellijn

De almanak geeft posities voor het middelpunt van de zon, maar je mat haar rand. Tel de halve middellijn op (SD, 15,7′–16,3′, onderaan de dagbladzijde) bij de onderrand; trek die af bij de bovenrand. Sterren zijn punten: ze hebben geen SD.

Parallax

Ho wordt gemeten alsof je in het aardmiddelpunt staat, maar je staat op het oppervlak. Het verschil, hoogteparallax, tel je altijd op. Het is heel klein voor de zon, 0,1′ of minder, klein voor Venus en Mars en groot voor de maan: tot ongeveer 1° (Astronavigatie: sterren, planeten en de maan).

In de praktijk

Kies de tabel voor jouw hemellichaam. Ga voor de zon in met Ha en kies oktober–maart of april–september, dan onder- of bovenrand. Gebruik voor sterren Ha in de sterren- en planetentabel. Planeten gebruiken die tabel met eventuele aanvullende correcties volgens de almanak. De maan heeft eigen tabellen. Uitgebreide planeet- en maancorrecties horen bij de latere eenheid. Pas de gecombineerde correctie eenmaal toe: tel de onderdelen niet nogmaals op.

2Kerngegevens

Reeks
Hs + IC − kimduiking = Ha; Ha + hoofdcorrectie = Ho
Kimduiking
Altijd −: 1,76′ × √(ooghoogte in m)
Refractie
Altijd −: circa 5,4′ bij 10°, 1,0′ bij 45°, 0 bij 90°
Halve middellijn
Zon onderrand + SD; bovenrand − SD (15,7′–16,3′)
Parallax
Altijd +: zon ≤ 0,1′; maan tot ongeveer 1°
Spaanse termen
Depresión, refracción, semidiámetro, paralaje

3Kernpunten

  1. 1

    Hs → Ha met indexcorrectie en kimduiking.

  2. 2

    Ha → Ho met refractie, SD en parallax.

  3. 3

    Kimduiking en refractie trek je altijd af; parallax tel je altijd op.

  4. 4

    SD: optellen bij onderrand, aftrekken bij bovenrand; geen SD bij sterren.

  5. 5

    Vermijd waarnemingen onder ongeveer 10°: refractie is groot en onzeker.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Refractie laat hemellichamen lager lijken, dus tel die op.

    Goed: Refractie tilt het beeld op: hemellichamen lijken hoger te staan. Trek die daarom altijd af.

  • Fout: Pas de halve middellijn van de zon toe op een sterwaarneming.

    Goed: Sterren zijn lichtpunten: geen halve middellijn. Gebruik de sterren- en planetentabel.

  • Fout: Kimduiking hangt af van de hoogte van het hemellichaam.

    Goed: Kimduiking hangt alleen af van je ooghoogte; refractie hangt af van de hoogte van het hemellichaam.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Twee waarnemers meten op hetzelfde moment dezelfde ster boven een scherpe kim. Hun indexcorrecties zijn gelijk. De ooghoogten zijn 2,0 m en 4,0 m; de hogere waarnemer leest Hs 1,0′ groter af. Verklaart kimduiking het verschil?

Toon het antwoord

Ja. Alleen kimduiking verschilt: 1,76 × √2,0 = 2,5′ en 1,76 × √4,0 = 3,5′. De hogere waarnemer leest dus 1,0′ meer af. Nadat ieder dezelfde IC optelt en de eigen kimduiking aftrekt, zijn beide Ha gelijk. Refractie hangt vervolgens af van de hoogte, die voor beiden gelijk is. Een ster heeft geen halve middellijn en haar parallax is verwaarloosbaar.

Examentips

  • Hs + IC − kimduiking = Ha; Ha + hoofdcorrectie = Ho.
  • Kimduiking = 1,76′ √h (m), altijd aftrekken.
  • Refractie altijd aftrekken, het grootst bij lage hoogte; parallax altijd optellen.
  • Zon SD: + onderrand, − bovenrand; sterren geen SD.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities