Mijn modules›M1 COLREG›26. Radar en aanvaringen voorkomen: regels 7, 8 en 19 in detail
Onderdelen bekijken

Radar en aanvaringen voorkomen: regels 7, 8 en 19 in detail

COLREG≈ 5 min lezen

Voorschrift 19: handelen als schepen elkaar niet zien

1De les in gewone woorden

In één zin

Zien schepen elkaar niet in of nabij beperkt zicht, dan is geen van beide koershouder. Beoordeel het gevaar en handel ruim op tijd.

Wanneer Voorschrift 19 geldt

Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet in zicht hebben, in of nabij een gebied met beperkt zicht. Ook in heldere lucht bij een mistbank kun je eronder vallen. Zodra het ene schip vanaf het andere op het oog kan worden waargenomen, gelden Voorschriften 11 tot en met 18. Onder Voorschrift 19 is er geen koershouder en geen uitwijkplichtig schip: er is geen schip dat koers en vaart moet houden tegenover een schip dat moet uitwijken. Wie gevaar vaststelt, handelt.

Vaart en motoren

Elk schip vaart met een veilige vaart voor de omstandigheden. Een werktuiglijk voortbewogen schip, dus een schip dat op de motor vaart, houdt de motoren gereed om onmiddellijk te manoeuvreren (Voorschrift 19(b)). Op een zeiljacht is het goed zeemanschap de hulpmotor gereed te hebben. Voorschrift 19(b) eist niet dat elk zeiljacht zijn motor laat draaien. Een draaiende motor die je niet voortstuwt, maakt je niet werktuiglijk voortbewogen. Elk schip past Voorschriften 4 tot en met 10 toe met het beperkte zicht in gedachten (Voorschrift 19(c)).

Alleen op radar ontdekt

Ontdek je een ander schip alleen met radar, beoordeel dan of een te dichte nadering, dus een situatie waarin schepen te dicht bij elkaar komen, ontstaat of aanvaringsgevaar bestaat. Zo ja, handel ruim op tijd. De voorschriften bepalen geen afstand voor een te dichte nadering. Kies een passeermarge die bij de omstandigheden past. Geen vaste CPA garandeert veiligheid.

De twee te vermijden koersveranderingen

Dwars is haaks op de lengteas van je boot: dwars van je betekent naast je; achterlijker dan dwars is daarachter. Vermijd bij een koersverandering voor zover mogelijk: (i) een verandering naar bakboord voor een schip voorlijker dan dwars, behalve een schip dat je oploopt; (ii) een verandering naar een schip toe dat dwars of achterlijker dan dwars zit. De overige keuzes zijn daardoor niet automatisch veilig. Controleer of je manoeuvre een veilige passeerafstand geeft, met ruimte voor ander verkeer.

Een mistsein vooruit

Heb je niet vastgesteld dat er geen gevaar is, minder dan vaart bij een mistsein dat kennelijk van voorlijker dan dwars komt, of als je een te dichte nadering met een schip voorlijker dan dwars niet kunt vermijden. Ga naar de kleinste vaart waarbij je koers kunt houden (Voorschrift 19(e)). Haal zo nodig alle vaart uit het schip, dus stop je voorwaartse beweging. Vaar met uiterste voorzichtigheid tot het aanvaringsgevaar voorbij is. Volledige tekst: /colreg/rule-19.

2Stap voor stap

Een radarcontact in mist

  1. 1

    Beoordeel nu aanvaringsgevaar en te dichte nadering. Blijf stelselmatig observeren.

    Behandel twijfel als gevaar. Wacht niet op meer plots als actie nodig is.

  2. 2

    Bepaal vroeg of CPA aanvaardbaar is.

    Je moet ruim op tijd handelen.

  3. 3

    Stel vast waar het schip zit: voorlijker dan dwars, dwars of achterlijker dan dwars.

    Dat bepaalt welke koersveranderingen je volgens Voorschrift 19(d) moet vermijden.

  4. 4

    Kies en controleer vroeg een manoeuvre die rekening houdt met Voorschrift 19(d), veilige vaart, manoeuvreerruimte en ander verkeer.

    Een toegestane koers- of vaartverandering kan CPA toch verslechteren. Controleer of je veilig passeert zonder een nieuwe dichte nadering te veroorzaken.

  5. 5

    Heb je niet vastgesteld dat er geen gevaar is, dan vereist een mistsein of onvermijdbare te dichte nadering voorlijker dan dwars de kleinste vaart waarbij je koers kunt houden.

    Haal zo nodig alle vaart uit het schip. Vaar met uiterste voorzichtigheid tot het gevaar voorbij is.

  6. 6

    Blijf plotten tot het andere schip voorbij en vrij is.

    Het kan ook manoeuvreren. Voorschrift 8(d) vereist dat je blijft controleren.

3Kernpunten

  1. 1

    Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij beperkt zicht. Er is geen koershouder.

  2. 2

    Houd veilige vaart. Werktuiglijk voortbewogen schepen houden motoren gereed voor onmiddellijk manoeuvreren.

  3. 3

    Vermijd zo mogelijk bakboord uit voor een schip voorlijker dan dwars, behalve als je het oploopt.

  4. 4

    Vermijd zo mogelijk draaien naar een schip dwars of achterlijker dan dwars toe.

  5. 5

    Tenzij gevaar is uitgesloten: mistsein of onvermijdbare te dichte nadering vooruit; kleinste koershoudende vaart; zo nodig alle vaart eruit.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Een radarecho over de bakboordsboeg moet in mist voor je uitwijken, zoals bij Voorschrift 15.

    Goed: Voorschriften 11 tot en met 18 gelden alleen als schepen elkaar zien. Onder Voorschrift 19 handelt elk schip zodra het gevaar vaststelt.

  • Fout: Ga bakboord uit om achter een radarcontact langs te varen dat van bakboord kruist.

    Goed: Vermijd voor zover mogelijk bakboord uit voor een schip voorlijker dan dwars, tenzij je het oploopt. Toets elke andere keuze aan veilige vaart, manoeuvreerruimte, ander verkeer en voorspelde CPA.

  • Fout: Houd na een mistsein vooruit je vaart, zodat je snel uit het gebied bent.

    Goed: Heb je niet vastgesteld dat er geen gevaar is, dan vereist een mistsein of onvermijdbare te dichte nadering voorlijker dan dwars de kleinste koershoudende vaart. Haal zo nodig alle vaart eruit en wees uiterst voorzichtig tot het gevaar voorbij is.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

In mist zit een schip dat je alleen op radar ziet 30° achterlijker dan dwars aan stuurboord, op 3 M. Het nadert met constante peiling. Je vaart op de motor met 5 knopen.

Toon het antwoord

Vermijd voor zover mogelijk stuurboord uit naar het schip toe. Bakboord uit kan geschikt zijn, maar uit de peiling alleen kun je het effect niet bepalen. Kies vroeg een manoeuvre die een veilige passeerafstand geeft. Controleer manoeuvreerruimte en ander verkeer. Verhoog je vaart alleen als die veilig blijft voor het zicht. Blijf plotten tot het schip voorbij en vrij is. Houd de motoren gereed.

Examentips

  • Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij beperkt zicht. Er is geen koershouder.
  • 19(d)(i): vermijd voor zover mogelijk bakboord uit voor een schip voorlijker dan dwars, behalve een schip dat je oploopt.
  • 19(d)(ii): vermijd voor zover mogelijk draaien naar een schip dwars of achterlijker dan dwars toe.
  • 19(e): tenzij is vastgesteld dat er geen gevaar is, bij mistsein of onvermijdbare te dichte nadering voorlijker dan dwars: kleinste koershoudende vaart; zo nodig alle vaart eruit; uiterste voorzichtigheid tot het gevaar voorbij is.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities