Mijn modules›M8 Noodsituaties›11. Soorten noodsituaties, alarmsignalen en de alarmrol (STCW A-VI/1-1)
Onderdelen bekijken

Soorten noodsituaties, alarmsignalen en de alarmrol (STCW A-VI/1-1)

Noodsituaties≈ 3 min lezen

Noodsituaties aan boord en de taakverdeling

1De les in gewone woorden

In één zin

Brand, aanvaring, vollopen en andere noodsituaties kunnen elk schip treffen. De kapitein voert het bevel, de bemanning werkt in ploegen en jij moet vanaf dag één je taak kennen.

Wat kan er misgaan?

Een schip is een afgezonderde werkplek, vaak ver van hulp. Je traint voor deze noodsituaties: brand, aanvaring, aan de grond lopen (de zeebodem raken), vollopen, schip verlaten, man overboord (iemand die in zee valt), verontreiniging zoals een olielekkage en beveiligingsdreigingen zoals piraterij of een verstekeling. Het ene kan tot het andere leiden: een aanvaring kan tegelijk vollopen, brand en verontreiniging veroorzaken. Hulp vanaf de wal kan uren of dagen op zich laten wachten. De bemanning moet de eerste fase dus zelf opvangen.

Wie heeft de leiding?

De kapitein heeft bij elke noodsituatie de algehele leiding, meestal vanaf de brug. De bemanning werkt in ploegen. Denk aan een commandoploeg op de brug, een noodploeg (vaak een brandbestrijdingsploeg onder de eerste stuurman), een machinekamerploeg onder de hoofdwerktuigkundige en een ondersteuningsploeg voor eerste hulp, brancards, reddingboten en reddingvlotten. De namen verschillen per rederij. De alarmrol van je schip vermeldt bij welke ploeg je hoort.

Jouw taak

Als nieuw bemanningslid hoef je geen leiding te geven, maar je moet je taken kennen. Zoek op de dag van inscheping je verzamelplaats (waar je je bij nood meldt), je noodtaak, je reddingvest en overlevingspak (een beschermend pak dat warmteverlies in koud water beperkt). Leer ook minstens twee vluchtwegen uit elke ruimte waar je werkt of slaapt. Volg bevelen op, meld wat je ziet en handel nooit alleen in een gevaarlijke ruimte.

Waarom we oefenen

Bij echte nood zijn mensen bang. Het kan donker zijn, het schip kan slagzij maken en de alarmen klinken hard. Onder spanning doe je wat je hebt geoefend. Daarom schrijft SOLAS, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, regelmatige oefeningen aan boord voor. De praktijkoefeningen van deze basisopleiding doe je tijdens je erkende cursus: een overlevingspak aantrekken, in een zwembad springen en een reddingvlot oprichten. Deze lessen geven je de kennis erachter.

2Kerngegevens

Algehele leiding
De kapitein, bij elke noodsituatie
STCW-grondslag
Voorschrift VI/1; STCW-Code, tabel A-VI/1-1, persoonlijke overlevingstechnieken

3Kernpunten

  1. 1

    Belangrijkste noodsituaties: brand, aanvaring, aan de grond lopen, vollopen, schip verlaten, man overboord, verontreiniging en beveiligingsdreigingen.

  2. 2

    Eén noodsituatie kan andere veroorzaken. De bemanning moet de eerste fase zelf opvangen.

  3. 3

    De kapitein voert het bevel. De bemanning werkt in ploegen die in de alarmrol staan.

  4. 4

    Ken vanaf dag één je verzamelplaats, taak, reddingvest, overlevingspak en twee vluchtwegen.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Als nieuw bemanningslid laat je noodsituaties aan de officieren over.

    Goed: Iedereen heeft een taak in de alarmrol. Leer je taak en verzamelplaats op de dag dat je aan boord komt.

  • Fout: Eén vluchtweg uit je hut is voldoende.

    Goed: Rook of schade kan elke route blokkeren. Ken minstens twee vluchtwegen uit elke ruimte die je gebruikt.

  • Fout: Een aanvaring is alleen een navigatieprobleem.

    Goed: Een aanvaring kan tegelijk vollopen, brand en verontreiniging veroorzaken. Wees op alle drie voorbereid.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Het is je tweede dag op een bulkcarrier. Tijdens een rondgang vraagt de bootsman (de voorman van de dekbemanning) wat je zou doen als het alarm 's nachts klinkt terwijl je slaapt. Je weet niet zeker waar je verzamelplaats is.

Toon het antwoord

Zeg dat eerlijk en zoek het nu uit. Lees je hutkaart en de alarmrol om je verzamelplaats en taak te vinden. Loop vanuit je hut naar de verzamelplaats via de hoofdroute en een tweede route. Zoek uit waar je reddingvest en overlevingspak liggen. Vraag de bootsman of een officier om uitleg als je iets niet begrijpt. Vraag om een veiligheidsintroductie voordat je met je taken begint.

Examentips

  • Noodsituaties: brand, aanvaring, aan de grond lopen, vollopen, schip verlaten, man overboord, verontreiniging en beveiligingsdreigingen.
  • De kapitein heeft de algehele leiding. De bemanning werkt in onder meer commando-, nood-, machinekamer- en ondersteuningsploegen.
  • Ken je verzamelplaats, taak, reddingvest, overlevingspak en twee vluchtwegen.
  • Je oefent omdat je onder spanning doet wat je hebt geoefend.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities