Zeilkracht verminderen: afvlakken, twist en dan reven
1De les in gewone woorden
Vier direct als een vlaag te krachtig is. Bij toenemende wind: vlak af, stel twist en overloop bij en reef zodra het nodig is.
Waarom minder kracht
Boven een bepaalde windsterkte geeft meer zeilkracht alleen extra helling, drift en loefgierigheid. Je gaat niet sneller. Houd de boot zoveel mogelijk rechtop, met constante helling en een licht roer. Vier direct als een vlaag je overmeestert. Neemt de wind geleidelijk toe, verstel dan de trim zolang de boot beheersbaar blijft. Reef vroeg als controle of balans slecht is.
Afvlakken
Een vlakker zeil geeft minder kracht en weerstand. Zet bij het grootzeil onderlijkstrekker en cunningham aan; voeg achterstagspanning toe als je tuigage dat toelaat. Houd bij het voorzeil de bolling naar voren met valspanning. Verminder de voorstagdoorhang met de achterstag als dat effect heeft. Zet de schootwagen iets naar achteren om het onderlijk af te vlakken en de top te openen. Afvlakken vermindert de helling met weinig snelheidsverlies.
Twist en vieren
Door de zeiltoppen te openen, laat je wind ontsnappen waar die de meeste helling veroorzaakt. Voor twist in het grootzeil vier je de grootschoot, met de neerhouder los genoeg om de giek te laten stijgen. Voor twist in het voorzeil zet je de schootwagen naar achteren. Zet de overloop naar lij in vlagen en haal hem terug als de wind even afneemt. Speel met grootschoot of overloop: vier in vlagen en trim opnieuw als de wind even afneemt om de helling constant te houden.
Zeil minderen
Moet je het grootzeil het grootste deel van de tijd vieren, of is controle of balans slecht, verklein dan het zeiloppervlak. Aan de wind is een gebruikelijke volgorde: grootzeil reven, daarna ook het voorzeil verkleinen als dat nog nodig is. Controleer kracht en roerbalans opnieuw. Een boot met passend zeiloppervlak vaart sneller en prettiger dan een boot met te veel zeil en een klapperend grootzeil.
Golven en ruimere koersen
Houd in golven iets meer bolling voor voortstuwing. Regel op halve of ruime wind de twist met de neerhouder en vier de grootschoot in vlagen. Houd de giek vrij van de wanten. Minder zeil als de boot moeilijk beheersbaar blijft.
2Stap voor stap
Zeilkracht aan de wind verminderen: vlagen en geleidelijk bijstellen
- 1
Vier direct de grootschoot of zet de overloop naar lij als een vlaag te krachtig is.
Vieren herstelt meteen de controle.
- 2
Vlak tussen vlagen af zodra je weer controle hebt. Gebruik onderlijkstrekker en voorlijkspanning; voeg achterstagspanning toe waar die werkt, binnen de grenzen van de fabrikant.
Vlakkere zeilen geven minder hellende kracht met weinig snelheidsverlies.
- 3
Zet de schootwagen naar achteren voor twist in het voorzeil. Vier voor grootzeiltwist de grootschoot met de neerhouder los genoeg om de giek te laten stijgen. Speel zo nodig met schoot of overloop in vlagen.
Twist laat hoog in het zeil wind ontsnappen. Vieren in vlagen houdt helling en roerdruk constant.
- 4
Reef het grootzeil als je het grootste deel van de tijd moet vieren of controle of balans slecht is.
Te veel zeil vertraagt en belast tuigage en bemanning extra.
- 5
Verklein ook het voorzeil als dat nog nodig is. Controleer de roerbalans opnieuw.
Verklein alleen verder als zeilkracht of balans daarom vraagt.
3Kernpunten
- 1
Boven een bepaalde windsterkte geeft meer kracht alleen extra helling en drift.
- 2
Vlak af tussen vlagen met onderlijkstrekker, cunningham, val en achterstag waar die effect heeft.
- 3
Voorzeiltwist: wagen naar achteren. Grootzeiltwist: grootschoot vieren, neerhouder los genoeg om de giek te laten stijgen.
- 4
Vier direct bij te veel kracht; speel met overloop of grootschoot in vlagen om de helling constant te houden.
- 5
Moet je het grootzeil het grootste deel van de tijd vieren? Reef.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Laat het grootzeil voortdurend klapperen om de boot rechtop te houden.
Goed: Een voortdurend klapperend grootzeil vertraagt en raakt beschadigd. Vier direct in vlagen. Reef als je het grootste deel van de tijd moet vieren of controle of balans slecht is.
Fout: Maak de zeilen zo vlak mogelijk bij hoge zee.
Goed: Golven vragen kracht. Houd iets meer bolling en twist, zodat de boot erdoorheen kan varen.
5Praktijkgeval en examentips
Hoog aan de wind bij 16 knopen, met vlagen tot 22, helt je sloepgetuigde jacht van 10 m in elke vlaag tot 28°. Alles staat nog als bij 10 knopen: onderlijkstrekker gevierd, cunningham los, achterstag los en overloop in het midden.
Toon het antwoord
Vier het grootzeil om vlagen op te vangen. Vlak daarna tussen vlagen af: zet onderlijkstrekker en cunningham aan en voeg achterstagspanning toe binnen de grenzen van de fabrikant. Zet de schootwagen iets naar achteren voor meer twist. Zet de overloop naar lij en speel ermee of met de grootschoot in vlagen. Reef het grootzeil als je het grootste deel van de tijd moet vieren of de controle slecht blijft. Verklein ook het voorzeil als dat nog nodig is. Controleer de balans opnieuw.
Examentips
- Vier direct bij te krachtige vlagen. Neemt de wind beheersbaar toe: afvlakken, twist en overloop bijstellen; grootzeil reven, zo nodig ook voorzeil verkleinen.
- Vlak af met onderlijkstrekker en voorlijkspanning; gebruik de achterstag waar die werkt. Voorzeilval trekt bolling naar voren; achterstag kan voorstagdoorhang verminderen.
- Voorzeiltwist: wagen naar achteren. Grootzeiltwist: grootschoot vieren, neerhouder los genoeg om de giek te laten stijgen.
- Voortdurend vieren of slechte controle betekent vroeg reven.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

