Mijn modules›M12 Schip en motoren›13. Dekuitrusting en dekmachines: lieren, kranen, luiken, waterdichte deuren, loodsladders en loopplanken
Onderdelen bekijken

Dekuitrusting en dekmachines: lieren, kranen, luiken, waterdichte deuren, loodsladders en loopplanken

Schip en motoren≈ 3 min lezen

Loopplanken, statietrappen en haspels voor loodsladders

1De les in gewone woorden

In één zin

Veilige toegang vraagt de juiste hoek, goedgekeurde valbeveiliging, een reddingsboei en goed licht. Controleer telkens. Loodsladders optuigen staat in Touwwerk: veiligheid aan dek.

Wat het zijn

Een loopplank is een verplaatsbare brug tussen schip en wal. Een statietrap hangt langs de scheepszijde vanaf een bordes op dekhoogte, met een onderbordes bij het water. Een lier haalt haar op en laat haar zakken. SOLAS II-1/3-9 geldt voor beide. De IMO-richtlijn voor bouw, onderhoud en inspectie is in 2025 herzien als MSC.1/Circ.1331/Rev.1. Lees de platen aan beide uiteinden voor toegestane hoeken, maximale belasting en een eventuele personenlimiet.

Regels voor optuigen

Gebruik loopplanken onder maximaal 30° en statietrappen onder maximaal 55° ten opzichte van horizontaal, tenzij ontworpen en gemarkeerd voor meer. Plaats een vangnet, tenzij de goedgekeurde scheepsvoorziening starre bovenleuningen op minstens 1 m hoogte en zijnetten tot aan de basis heeft, ook bij de statietrapbordessen. Houd een reddingsboei met zelfontbrandend licht en drijvende reddingslijn dichtbij. Verlicht de toegang 's nachts. Bevestig nooit aan relingen tenzij ze daarvoor ontworpen zijn. Draag bij optuigen een reddingsvest en een aangehaakt veiligheidsharnas.

Bewaken en controleren

Getij en ladingwerk veranderen hoek en positie: controleer en pas aan. De voet moet vrij op wielen of rollen kunnen bewegen. Controleer bij elke opstelling op verbuigingen, scheuren en corrosie, vooral bij aluminium met stalen beslag. Onderzoek trap, loopplank en lier jaarlijks grondig. Beproef trap en loopplank elke vijf jaar met een statische belasting en beproef de lier in werking met onbelaste trap. Vervang draagdraden bij slijtage en minstens elke vijf jaar. Leg elke controle vast.

Haspels en lieren

Een statietraplier haalt de trap op en laat haar zakken; controleer vóór gebruik de rem en bediening. Een loodsladderhaspel slaat de loodsladder op een trommel op en is geen bevestigingspunt. Een combinatieopstelling gebruikt een statietrap met een loodsladder wanneer de klim meer dan 9 m is. Mechanische loodsenliften zijn al verboden. Het herziene SOLAS V/23 geldt vanaf 1 januari 2028 en voegt eisen voor het overzetten van loodsen toe, waaronder normen voor haspels.

2Kerngegevens

Maximale hoek
Loopplank 30°; statietrap 55° (tenzij anders ontworpen en gemarkeerd)
Bij de toegang
Goedgekeurde valbeveiliging; reddingsboei met licht en lijn; verlichting
Onderzoek en beproevingen
Jaarlijks onderzoek; vijfjaarlijks statische proef en werkingsproef van lier
Draagdraden
Vervangen indien nodig, minstens elke 5 jaar
Combinatieopstelling
Loodsklim boven 9 m: statietrap + loodsladder
Herzien SOLAS V/23
Eisen voor loodsoverzet vanaf 1 januari 2028

3Kernpunten

  1. 1

    Loopplank niet steiler dan 30°, statietrap niet steiler dan 55°, tenzij voor meer gemarkeerd.

  2. 2

    Gebruik goedgekeurde valbeveiliging; houd een reddingsboei met licht en lijn gereed en zorg voor goede verlichting.

  3. 3

    Controleer bij elke opstelling en pas aan voor getij en diepgang; leg inspecties vast.

  4. 4

    Trappen/loopplanken: jaarlijks onderzoek, vijfjaarlijkse statische belastingsproef; vervang draagdraden minstens elke vijf jaar.

  5. 5

    Een loodsladderhaspel bergt de ladder op; hij is geen bevestigingspunt.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Bij laagwater is de loopplank ongeveer 40° steil geworden, maar voorzichtig gebruiken kan nog.

    Goed: Gebruik een loopplank niet boven 30°, tenzij daarvoor ontworpen en gemarkeerd. Verplaats haar of tuig de statietrap op.

  • Fout: De loodsladder kan direct aan de haspel hangen, want die heeft een rem.

    Goed: De haspel bergt de ladder alleen op. Je bevestigt de ladder aan sterke punten aan dek, zoals behandeld in Touwwerk: veiligheid aan dek.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Je houdt 's nachts loopplankwacht in een haven met groot getijverschil. In drie uur is het schip gestegen. De loopplank staat steil, de voetwielen zitten tegen een bolder geklemd en het vangnet hangt slap.

Toon het antwoord

Waarschuw direct de officier en laat niemand erop tot alles hersteld is. De hoek kan boven de gemarkeerde grens liggen; een vastzittende voet kan de loopplank verdraaien of laten vallen. Verplaats haar of tuig haar met hulp opnieuw op. Maak de voet vrij en span het net zodat het een val tussen schip en kade opvangt. Controleer of reddingsboei met licht en lijn aanwezig is en de verlichting de toegang nog goed verlicht.

Examentips

  • SOLAS II-1/3-9 en MSC.1/Circ.1331/Rev.1 (2025): loopplanken en statietrappen.
  • Loopplank ≤ 30°, statietrap ≤ 55°, tenzij anders ontworpen en gemarkeerd; markeringsplaat aan elk uiteinde.
  • Goedgekeurde valbeveiliging, reddingsboei met zelfontbrandend licht en drijvende lijn, verlichting; controle bij elke opstelling.
  • Loodsladderhaspel is geen bevestigingspunt; combinatieopstelling boven 9 m; herzien V/23 vanaf 1 januari 2028.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities