Mijn modules›M9 Medische zorg›10. Medische eerste hulp (STCW A-VI/4-1): onderzoek van de patiënt, giftige stoffen (MFAG) en de medische gids aan boord
Onderdelen bekijken

Medische eerste hulp (STCW A-VI/4-1): onderzoek van de patiënt, giftige stoffen (MFAG) en de medische gids aan boord

Medische zorg≈ 4 min lezen

Een slachtoffer onderzoeken: controles, voorgeschiedenis en vitale functies

1De les in gewone woorden

In één zin

Pak eerst levensgevaar aan. Onderzoek daarna het hele lichaam, vraag naar de voorgeschiedenis en meet de vitale functies. Zo werken jij en de arts aan wal met feiten.

Twee onderzoeken, in volgorde

Het primaire onderzoek (<C>ABCDE, behandeld in Eerste hulp en reanimatie) spoort in de eerste minuten levensbedreigende problemen op en behandelt ze. Pas als die onder controle zijn, begin je aan het secundaire onderzoek: een rustige, volledige controle van hoofd tot voeten, de voorgeschiedenis en de eerste metingen van vitale functies. Op zee is dit onderzoek de ogen van de arts, want de arts aan wal kan de patiënt niet zien. Verslechtert het slachtoffer, ga dan terug naar het primaire onderzoek.

Van hoofd tot voeten

Leg uit wat je doet en werk naar beneden: hoofdhuid en gezicht, oren en neus (bloed of helder vocht), ogen en pupillen, mond, nek, sleutelbeenderen en borstkas, buik, bekken, rug en daarna elke arm en elk been. Kijk naar wonden, zwelling, afwijkende stand en kleur; voel voorzichtig naar drukpijn. Test een mogelijke breuk nooit door beweging en beweeg het bekken niet heen en weer. Vergelijk links en rechts. Ontbloot alleen wat je onderzoekt en dek het daarna weer toe. Kijk onder het slachtoffer naar bloed. Noteer elke bevinding met plaats en tijd.

De voorgeschiedenis: SAMPLE

Stel vragen aan het slachtoffer, getuigen en bemanningsleden. SAMPLE is een Engels ezelsbruggetje: S voor tekenen en klachten, A voor allergieën, M voor gebruikte medicijnen, P voor eerdere ziekten, L voor het laatst gegeten en gedronken, E voor de voorafgaande gebeurtenissen. Vraag bij pijn waar die zit, wanneer die begon, hoe die voelt en of die uitstraalt. Laat de pijn scoren van 0 (geen pijn) tot 10 (de ergst denkbare pijn). Vraag apart naar de urineproductie.

Vitale functies en normale waarden

Vitale functies laten zien hoe het lichaam het houdt: pols, ademfrequentie, zuurstofsaturatie, bloeddruk, temperatuur, bewustzijn en, als je een meter hebt, bloedsuiker. Bij een gezonde volwassene in rust is de pols ongeveer 60–100 per minuut, de ademhaling 12–20 per minuut, de saturatie 95–100 % en de temperatuur ongeveer 36,5–37,5 °C. De bloeddruk ligt vaak rond 120/80 mmHg; noteer beide getallen. Herhaal de metingen en zet ze met tijdstippen in een overzicht; het verloop telt.

Bewustzijn: AVPU en GCS

Gebruik AVPU voor een snelle controle; de basis staat in Radiomedisch advies. De Glasgow Coma Scale (GCS, Glasgow-comaschaal) scoort ogen (4 spontaan, 3 op aanspreken, 2 op druk, 1 geen reactie), spreken (5 georiënteerd, 4 verward, 3 ongepaste woorden, 2 onverstaanbare geluiden, 1 geen reactie) en bewegen (6 voert opdrachten uit, 5 beweegt gericht naar de drukprikkel, 4 trekt terug, 3 abnormaal buigen, 2 krampachtig strekken, 1 geen reactie). Meld elk onderdeel en het totaal, 3–15. Bij 8 of lager is de luchtweg ernstig bedreigd: bewaak de ademhaling voortdurend en vraag dringend advies.

2Kerngegevens

Volgorde
Primair onderzoek (<C>ABCDE), daarna secundair onderzoek
Voorgeschiedenis
SAMPLE: klachten, allergieën, medicijnen, verleden, laatste inname, gebeurtenissen
Volwassene in rust
Pols 60–100/min; ademhaling 12–20/min; saturatie 95–100 %
Temperatuur
Ongeveer 36,5–37,5 °C; noteer waar je hebt gemeten
GCS
Ogen 1–4, verbaal 1–5, motorisch 1–6; totaal 3–15
GCS 8 of lager
Luchtweg bedreigd: bescherm die, dringend radiomedisch advies

3Kernpunten

  1. 1

    Eerst het primaire onderzoek; begin pas aan het secundaire onderzoek als levensgevaar onder controle is.

  2. 2

    Controleer van hoofd tot voeten: kijk, voel, vergelijk beide kanten en controleer de rug en onder het slachtoffer.

  3. 3

    Vraag de voorgeschiedenis uit met SAMPLE en scoor pijn van 0 tot 10.

  4. 4

    Noteer vitale functies met het tijdstip: het verloop telt meer dan één meting.

  5. 5

    Meld de GCS als drie onderdelen en een totaal; 8 of lager betekent een bedreigde luchtweg.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Begin de controle van hoofd tot voeten zodra je bij het slachtoffer bent.

    Goed: Pak eerst levensbedreigend bloedverlies, luchtweg en ademhaling aan; het secundaire onderzoek komt daarna.

  • Fout: Eén reeks normale vitale waarden betekent dat het slachtoffer in orde is.

    Goed: Herhaal de metingen en noteer ze. Een stijgende pols of dalende GCS kan het eerste teken van een bloeding of hersenletsel zijn.

  • Fout: Geef de arts aan wal alleen de totale GCS-score.

    Goed: Geef ook de oog-, verbale en motorische scores: E2 V2 M5 en E4 V1 M4 geven beide 9, maar betekenen iets anders.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Een matroos is in een ruim ongeveer 2 m van een ladder gevallen. Het primaire onderzoek toont geen levensgevaar: luchtweg vrij, ademhaling 18 per minuut, geen hevig bloedverlies, alert. Hij heeft pijn links onder aan de borstkas en in zijn linkerpols. Wat doe je nu?

Toon het antwoord

Begin het secundaire onderzoek. Houd zijn hoofd en nek stil tijdens de controle, want de val kan zijn wervelkolom hebben beschadigd. Werk van hoofd tot voeten: de onderste ribben links zijn drukpijnlijk en de pols is gezwollen en staat afwijkend. Vraag de SAMPLE-voorgeschiedenis uit. Noteer pols, ademhaling, saturatie, bloeddruk en GCS met het tijdstip en herhaal dit elke 15 minuten. Achter letsel aan de onderste ribben links kan een gescheurde milt schuilgaan. Vraag daarom radiomedisch advies met deze bevindingen.

Examentips

  • Eerst primair onderzoek (<C>ABCDE); secundair onderzoek van hoofd tot voeten zodra levensgevaar onder controle is.
  • SAMPLE: tekenen en klachten, allergieën, medicijnen, voorgeschiedenis, laatste inname, gebeurtenissen.
  • Volwassene in rust: pols 60–100, ademhaling 12–20, saturatie 95–100 %, temperatuur ongeveer 37 °C.
  • GCS 3–15: ogen 1–4, verbaal 1–5, motorisch 1–6; 8 of lager: luchtweg bedreigd.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities