Mijn modules›M5 Stabiliteit›7. De GZ-kromme en de stabiliteitscriteria (IS-code 2008)
Onderdelen bekijken

De GZ-kromme en de stabiliteitscriteria (IS-code 2008)

Stabiliteit≈ 3 min lezen

Het weercriterium (IS-Code 2.3) in hoofdlijnen

1De les in gewone woorden

In één zin

Dwarswind doet het schip hellen, golven laten het naar loef slingeren en dan volgt een windstoot. Het weercriterium controleert de energiereserve.

Het scenario

Deel A 2.3 beschouwt je schip dwars op wind en golven. Een constante wind doet het hellen tot hoek θ0. Golven laten het vandaar over hoek θ1 naar loef slingeren, dus naar de wind toe. Bij het terugslingeren treft een windstoot het schip. Het criterium vergelijkt de toegevoerde windstootenergie met de resterende oprichtende energie.

De twee armen

De constante wind geeft lw1 = P × A × Z ÷ (1000 × g × Δ) in meters. P = 504 Pa; A is het bovenwaterzijoppervlak waarop wind aangrijpt, inclusief deklading, in m²; Δ is waterverplaatsing in ton; g = 9,81 m/s². Z is de verticale afstand in meters tussen de middelpunten van het bovenwater- en onderwaterzijoppervlak. Benader dat laatste op halve gemiddelde diepgang onder de waterlijn. De windstootarm is lw2 = 1,5 × lw1. Teken beide als horizontale lijnen.

De twee toetsen

Ten eerste: θ0 mag niet groter zijn dan 16° of 80 % van de hoek van dekrandonderdompeling, de kleinste waarde geldt. Ten tweede: oppervlakte b moet minstens oppervlakte a zijn. Oppervlakte a ligt tussen lw2 en GZ vanaf θ0 − θ1 tot hun eerste snijpunt. Oppervlakte b ligt daarvandaan boven lw2 tot θ2: de kleinste van θf, 50° en θc, het tweede snijpunt van lw2 met GZ.

De constante helling bepalen

Lees θ0 af bij het eerste stabiele snijpunt van lw1 met de GZ-kromme. Windmoment en oprichtend moment zijn daar in evenwicht. Gebruik deze hoek voor de grens aan constante helling. Het goedgekeurde stabiliteitsboek geeft θ1; het uiterste punt naar loef is θ0 − θ1. Kimkielen verkleinen θ1 doorgaans. Een kortere slingerperiode vergroot meestal de schatting als de overige factoren gelijk blijven. GM alleen bepaalt θ1 niet; gebruik de goedgekeurde beoordeling.

Wat je aan boord doet

Het goedgekeurde stabiliteitsboek geeft het resultaat per toestand, of een kromme van maximale KG of minimale GM tegen diepgang die alle criteria omvat. Volg de KG-grens en de afspraken over vrije-vloeistofcorrectie bij je werkelijke diepgang en trim. Vergelijk gecorrigeerde KG alleen met een grens voor gecorrigeerde KG. Gewijzigde dekstuwage vraagt een nieuwe controle met A, Z, Δ en KG. Controleer ook opnieuw de goedgekeurde dekladingsgrenzen.

2Kerngegevens

Winddruk
P = 504 Pa (ongeveer 26 m/s); lager alleen na goedkeuring
Constante windarm
lw1 = P × A × Z ÷ (1000 × g × Δ) (m)
Windstootarm
lw2 = 1,5 × lw1
Constante helling θ0
≤ 16° of 80 % van de dekrandonderdompelingshoek, als dat kleiner is
Energiecontrole
Oppervlakte b ≥ oppervlakte a
θ2
Kleinste van θf, 50° en θc (tweede GZ–lw2-snijpunt)

3Kernpunten

  1. 1

    Constante windarm lw1, windstootarm lw2 = 1,5 × lw1, slingering naar loef θ1.

  2. 2

    θ0 ≤ 16° of 80 % van de dekrandonderdompelingshoek, de kleinste waarde geldt.

  3. 3

    Oppervlakte b ≥ oppervlakte a, met b tot θf, 50° of θc, de kleinste waarde geldt.

  4. 4

    Volg de KG-grens en afspraken over vrije-vloeistofcorrectie uit het stabiliteitsboek bij je werkelijke diepgang en trim.

  5. 5

    Gewijzigde dekstuwage vereist een nieuwe windvang- en stabiliteitscontrole met A, Z, Δ en KG.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Voldoen aan 2.2 betekent ook voldoen aan het weercriterium.

    Goed: Het weercriterium is een aparte verplichte controle. Een schip met veel windvang kan aan 2.2 voldoen en aan 2.3 niet.

  • Fout: De grens voor constante helling is altijd 16°.

    Goed: Die is 16° of 80 % van de dekrandonderdompelingshoek, de kleinste waarde geldt.

  • Fout: Elke maximale-KG-kromme behandelt vrije vloeistofoppervlakken hetzelfde.

    Goed: Lees welke vrije-vloeistofcorrectie in de kromme is verwerkt. Vergelijk gecorrigeerde KG alleen als de grens voor gecorrigeerde KG geldt.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Een containerfeeder heeft Δ 15.000 t, een zijdelings windvangoppervlak van 2.400 m² en Z 9,0 m. De dekrand komt bij 18° onder water. De planner wil een extra laag aan dek. Wat vertellen de getallen en wat controleer je?

Toon het antwoord

lw1 = 504 × 2.400 × 9,0 ÷ (1000 × 9,81 × 15.000) ≈ 0,074 m; lw2 ≈ 0,111 m. De grens voor constante helling is 80 % van 18° = 14,4°, minder dan 16°. Een extra laag verandert windvang, waterverplaatsing en KG. Bereken de arm en het criterium opnieuw. Controleer KG- en dekladingsgrenzen bij werkelijke diepgang en trim, volgens de vrije-vloeistofafspraken van het stabiliteitsboek. Buiten die grenzen is de toestand niet goedgekeurd.

Examentips

  • lw1 = P A Z ÷ (1000 g Δ), P = 504 Pa; lw2 = 1,5 lw1.
  • θ0 ≤ 16° of 0,8 × dekrandonderdompelingshoek, de kleinste waarde geldt.
  • Oppervlakte b ≥ oppervlakte a; θ2 = kleinste van θf, 50°, θc.
  • Aan boord: volg de vrije-vloeistofafspraken bij de KG-grens voor werkelijke diepgang en trim.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities