Onderdelen bekijkenMedische zorg aan boord: behandeling, verpleging en overlijden op zee (STCW A-VI/4-2)
Zieken en gewonden aan boord verplegen
1De les in gewone woorden
Een patiënt kan dagenlang jouw zorg nodig hebben. Goede verpleging, nauwkeurige registratie en eenvoudige comfortmaatregelen voorkomen complicaties en geven de radioarts betrouwbare informatie.
Het scheepshospitaal
Schepen met 15 of meer zeevarenden op reizen van meer dan drie dagen moeten volgens het Maritiem Arbeidsverdrag (MLC), norm A3.1, aparte ziekenverblijven hebben. De bevoegde autoriteit kan deze eis voor de kustvaart versoepelen. Houd het verblijf schoon en gebruiksklaar en gebruik het nooit als opslagruimte. Verpleeg een patiënt daar of in een hut. Zorg voor een oproepbel of regelmatige controles, goed licht en frisse lucht, een kom en urinefles, en een manier om de patiënt bij slecht weer veilig in de kooi te houden.
Observatielijst
Op een observatielijst noteer je pols, ademhaling, bloeddruk, zuurstofsaturatie, temperatuur, bewustzijn en pijn, steeds met het tijdstip. De radioarts bepaalt hoe vaak: elke 15 minuten bij een ernstig zieke patiënt, misschien elke 4 uur bij een stabiele patiënt. Noteer nieuwe klachten, braken, ontlasting en medicijnen op hetzelfde blad. Veranderingen, zoals een pols die bij opeenvolgende metingen stijgt, waarschuwen je vroegtijdig.
Vochtbalans
Op een vochtbalanslijst noteer je de gemeten vochtinname en urine, braaksel en diarree in milliliters, met totalen over 24 uur. Noteer ongemeten verliezen apart. Minder dan ongeveer 0,5 ml/kg/h uitgeplaste of opgevangen urine bij een volwassene is een waarschuwing. Uitdroging, een slechte bloedsomloop of nierschade kan de urineproductie verminderen. Bij urineretentie kan urine de blaas niet verlaten: je meet minder urine, terwijl de nieren wel urine kunnen blijven produceren. Meld een lage gemeten hoeveelheid, kleurveranderingen en het verloop direct. Geef vocht alleen volgens advies: weinig gemeten urine alleen vertelt je niet hoeveel vocht veilig is.
Doorliggen en bewegen
Een patiënt die stil ligt, kan doorligwonden krijgen: huidbeschadiging door aanhoudende druk op uitstekende botdelen, zoals het heiligbeen, de heupen, hielen, schouders en ellebogen. Help de patiënt minstens elke 2 uur van houding te veranderen, houd de lakens droog en glad en controleer de huid dagelijks. Stimuleer beenbewegingen en diep ademhalen om bloedstolsels en luchtweginfecties te voorkomen. Zet bij benauwdheid het hoofdeinde omhoog.
Hygiëne en waardigheid
Was je handen voor en na elk contact. Help de patiënt dagelijks met wassen in bed, mondverzorging en toiletgang, met voldoende privacy. Bied licht voedsel en drinken aan zoals de arts toestaat. Leg uit wat je doet en houd de patiënt op de hoogte. Houd medische informatie vertrouwelijk: vertel andere bemanningsleden alleen wat zij voor veiligheid en werk moeten weten.
2Kerngegevens
- Ziekenverblijf
- 15+ zeevarenden, >3 dagen; versoepeling voor kustvaart mogelijk (MLC A3.1)
- Observaties
- Volgens de arts: bv. elke 15 minuten bij ernstig ziek, elke 4 uur bij stabiel
- Vochtbalans
- Gemeten inname en uitscheiding in ml; ongemeten verliezen apart noteren
- Gemeten urine
- Onder ongeveer 0,5 ml/kg/h bij een volwassene: direct melden
- Doorliggen voorkomen
- Minstens elke 2 uur van houding veranderen; huid dagelijks controleren
3Kernpunten
- 1
Houd het scheepshospitaal schoon, uitgerust en gebruiksklaar; het is geen opslagruimte.
- 2
Noteer observaties met het tijdstip, zo vaak als de arts vraagt.
- 3
Noteer gemeten inname en uitscheiding in milliliters over 24 uur; vermeld ongemeten verliezen apart.
- 4
Draai een bedlegerige patiënt minstens elke 2 uur en controleer de huid dagelijks.
- 5
Pas handhygiëne toe voor en na elk contact; bescherm privacy en vertrouwelijkheid.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Schat hoeveel de patiënt heeft gedronken.
Goed: Meet drinken in milliliters met een maatbeker. Geef schattingen duidelijk aan en noteer verliezen die je niet kon meten.
Fout: Laat een verzwakte patiënt dagenlang liggen zonder te bewegen.
Goed: Draai de patiënt minstens elke 2 uur en stimuleer beenbewegingen om doorligwonden, bloedstolsels en luchtweginfecties te voorkomen.
Fout: Schrijf observaties op losse briefjes en neem ze later over.
Goed: Noteer elke meetronde direct op de lijst met het tijdstip, zodat het verloop duidelijk is.
5Praktijkgeval en examentips
Een cadet met braken en diarree ligt al 24 uur in het hospitaal. De lijst toont 1.800 ml inname via de mond en 2.900 ml uitscheiding, waarvan slechts 300 ml donkere urine in de laatste 12 uur. Hij weegt 65 kg. Wat vertelt dit je en wat doe je?
Toon het antwoord
De geregistreerde balans is min 1.100 ml; dit is geen exacte maat voor de totale uitdroging. De gemeten hoeveelheid urine is gemiddeld 25 ml/uur over de laatste 12 uur, minder dan 32,5 ml/uur voor 65 kg. Meld beide waarden en het verloop direct aan de radioarts. Blijf inname en uitscheiding meten, noteer observaties met het tijdstip en volg het afgesproken controle- en vochtbeleid. Noteer verliezen die je niet kon meten.
Examentips
- Ziekenverblijf: 15+ zeevarenden, reizen van meer dan 3 dagen (MLC A3.1); versoepeling voor kustvaart mogelijk.
- Observatielijst: vitale functies met tijdstippen, zo vaak als de arts bepaalt.
- Vochtbalans: gemeten ml over 24 h, ongemeten verliezen vermeld; gemeten urine onder ongeveer 0,5 ml/kg/h bij volwassenen vraagt advies.
- Doorliggen voorkomen: minstens elke 2 uur van houding veranderen; huid dagelijks controleren.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities
